De Productontwikkeling: van Marktonderzoek tot Marketing

Inleiding

Zoals beloofd hierbij een stukje over het hele traject van de productontwikkeling, vanaf marktonderzoek tot het op de markt brengen van een product en alles wat daartussen zit. Uit privacy overwegingen zal ik geen namen van personen noemen. Wel zal ik zoveel mogelijk de dingen beschrijven zoals het werkelijk gegaan en gebeurd is, de mooie dingen en ook de wat minder mooie. E.e.a. speelt zich af in twee perioden van 1968 tot 1976 en van 1976 tot 1985. Ik begin met de toen bestaande organisatie en de oprichting van de hifi groep.

Organisatie

In de jaren ’60 werkte ik bij het concern ( centrale) bij de hoofd industrie groep R.G. T. of te wel Radio, Grammofoons en Televisie. Later, begin jaren ’70, werd die omgedoopt in Audio en Video. Bandrecorders en cassette apparatuur waren toen nog ondergebracht bij de groep ELA, waar ook de professionele bandrecorders en cinema apparatuur werden gemaakt. Logischerwijs werden de (home) bandrecorders en cassette apparatuur in de loop van de jaren ‘70 aan de Audio groep toegevoegd.

In 1968 kregen een collega en ik van het management de opdracht een nieuwe groep op te richten, namelijk – de Hifi groep. Mijn collega werd belast met het commerciële gedeelte richting NO’s (Nationale Organisaties), dat betekende dus de marketing van de nog te ontwikkelen hifi producten. En ik werd verantwoordelijk voor de hele product ontwikkeling, met alles wat daar aan vast hangt, maar daarover later.

Het hoeft geen betoog dat een zeer nauw onderling contact en goede samenwerking van essentieel belang was voor het welslagen van een dergelijk nieuw project . Deze collega was een lotje uit de loterij. Hij had jaren lang in het buitenland gewerkt en wist echt wat marketing inhield. Hij kende z,n vak. Het was een geweldige tijd, waarin we samen, in een korte periode heel veel tot stand hebben gebracht. Maar,zoals het vaak gaat met commerciële mensen, gemiddeld na 2,5 jaar krijgen ze een andere taak toebedeeld en krijg je een nieuwe collega en dan moet je weer opnieuw een samenwerking opbouwen!

Marktonderzoek

Eén van de eerste dingen die ons te doen stond was te onderzoeken hoe de nog betrekkelijk jonge hifi markt in de verschillende Europese landen in elkaar stak. Daartoe hebben we in eerste instantie een aantal gesprekken gearrangeerd met het management van de verschillende landen om de grote lijn te pakken te krijgen. Daarnaast gingen we met de verkoopleiders van die landen op stap voor het bezoeken van belangrijke dealers. Die verkoopleiders hebben meestal door de jaren heen een goede relatie opgebouwd met hun klanten en kennen hun klanten als geen ander en alleen op die manier krijg je de juiste informatie die je nodig hebt om later een programmastructuur op te kunnen zetten.

Bij de volgende fase van ons marktonderzoek hebben we iemand van de afdeling vormgeving betrokken bij onze verdere onderzoekingen. Deze meneer “iemand” bleek een gouden greep en is ook de man die onder andere de vissenogen, 832, MFB en vele andere apparaten heeft ontworpen. Hij heeft tot 1985 in mijn productteam gezeten. Nu nog heb ik met enige regelmaat contact met hem. Samen hebben we allerlei shows in binnen en buitenland bezocht, zoals Firato, Hannover, Berlijn, Parijs, Londen,Tokio en de CES (Consumer Electronic Show) in Amerika.

Samenstelling Productteam en Salesforce

Tijdens het verkennen van de markt hebben we ten aanzien van andere activiteiten niet stil gezeten. Terzelfder tijd hebben we samen met de NO,s uit de bestaande salesforse (radio), alvast mensen uitgezocht en technisch en commercieel bijgespijkerd voor de nieuwe taak: De verkoop van hifi apparatuur en boxen. Tegelijkertijd werd ook het product ontwikkeling,s team gevormd , dat bestond uit, de hoofden van de mechanische en elektrische ontwikkeling,s groepen, een calculator, de vormgever en mijn commerciële collega en ikzelf.

Als product manager moet je eigenlijk werken als een spin in een web en er voor zorgen dat er van uit allerlei richtingen informatie naar je toekomt., zodat je zo breed mogelijk georiënteerd bent ten aanzien van specificaties, prijzen en spec./prijs verhoudingen, vormgeving en trends in de markt en niet te vergeten de wensen van de klant. Dat laatste is m.i. uitermate belangrijk, ten slotte is de koper degene die uiteindelijk de laatste stem heeft en daar wordt vaak aan voorbij gegaan en onvoldoende naar geluisterd.

De allereerste producten

Het zal duidelijk zijn dat we in die begin fase zo snel mogelijk een aantal apparaten in de opkomende hifimarkt wilden zetten, maar de ontwikkelcapaciteit in Eindhoven was op dat moment bezet met de planning van andere apparaten. We zijn toen tijdelijk uitgeweken naar het ontwikkelcentrum in Wenen. Een weliswaar kleiner ontwikkelcentrum, maar heel flexibel, kortere lijnen, waardoor sneller en dat was precies wat we op dat moment nodig hadden. Ik ga er hier nu niet te diep op in, dat komt later wel aan de orde bij het hoofdstuk productontwikkeling, maar die eerste ontwikkeling ging niet volgens de normale planning procedure. Aan de hand van de specificatie die ik had opgesteld en een korte briefing, ging onze vormgever in overleg met de ontwikkeling aan de slag. Eerst wat ruwe tekeningen om de richting te bepalen. Daarna een kartonnen model op schaal, met alle toeters en bellen er aan, zodat je zicht kreeg hoe e.e.a. er in werkelijkheid uit komt te zien. Vanwege de tijd werd geen dummy gemaakt zoals normaal gebruikelijk. Alles ging goed en in een record tempo. Daarmee was onze eerste receiver, de latere RH781, geboren Van deze receiver werd tegelijkertijd een uitvoering gemaakt met een cassette, de RH882.

Programmastructuur

Na deze eerste aanzet in Wenen werd het tijd aan de hand van de wensen van de verschillende landen en onze eigen inzichten een programmastructuur op te zetten. Dat is een soort 4 jaren planning van alle soorten apparaten die je in de markt nodig hebt om de verschillende prijsklassen af te dekken. Dat betrof, zoals wij ze noemden TA, TAP, TAC en TACP apparaten, dus tuner/ amplifier- tuner/ amplifier met player – enz Daarnaast een programma van losse elementen , tuner – amplifier – tunerpreamp enz En uiteraard een programma boxen voor de verschillende vermogens. Enfin te veel om op te noemen. Je kunt natuurlijk nooit alle apparaten tegelijk ontwikkelen en in de fabriek laten aanlopen. Dat betekende dat de die 4 jaren planning tevens een soort tijd schema was. Ieder jaar werd die 4 jaren planning aangepast aan mogelijk gewijzigde marktontwikkelingen of om andere redenen. De 4 jaren planning was een heilig document waar iedereen mee werkte en andere planningen op werden afgestemd. Het was een document waarin, per categorie, alle toekomstige ontwikkelingen waren vermeld, qua typenummer, specificatieklasse, kostprijs en tijd van aanloop. In één oogopslag kreeg je, in een soort lijnenspel, een totaal overzicht van alle geplande activiteiten. Maar laat ik duidelijk zijn de 4 jaren planning was niet bedoeld om de organisatie mee aan te sturen. Daar hadden we een nog belangrijker instrument voor, namelijk: de C. bon (commerciële bon)

Voor elk nieuw te ontwikkelen apparaat of box en voor alle streep nr,s en afgeleide apparatuur voor 2de en 3de merken werd een aparte C. bon gemaakt. In feite werd met deze C. bon de totale organisatie van begin tot het eind aangestuurd. Gemiddeld een jaar vóór de geplande aanloop van de verschillende apparaten werden die C. bonnen uitgeschreven met daar aan gehecht de omschrijving van de gewenste specificatie.

Alleen de productmanager, die verantwoordelijk was voor de totale productontwikkeling was gerechtigd C. bonnen uit te geven. We moeten daarbij niet vergeten dat behalve de aansturing ook de hele budgettering hieraan was gekoppeld, m.a.w. de geldstroom. Elke afdeling die werk had verricht aan een bepaald apparaat schreef de gemaakte kosten op het nr. van die betreffende C. bon. Dat betekende niet dat iedereen zo maar raak kon schrijven. Nee, iedereen moest binnen het door de afd. vóórcalculatie vastgestelde budget blijven. En niet alleen qua geld, maar ook qua tijdsplanning.

Het bovenstaande hoorde in feite nog bij het vorige stukje. We komen nu zo langzamerhand bij de eigenlijke productontwikkeling .

Vormgeving

Hoe begint nu eigenlijk de ontwikkeling van een apparaat? Elk nieuw te ontwikkelen apparaat of box begint, met de vormgeving. Aan de hand van de van te voren door mij opgestelde specificatie gaf ik dan een korte briefing aan de vormgever. In grote lijnen geef je aan in welke richting je denkt. Die briefing moet m.i. alleen over hoofdlijnen gaan en verder niet. Ga je te veel in detail dan leg je de vormgever te veel vast en beperk je zijn artisticiteit. Hooguit worden er terplekke een paar ruwe schetsjes gemaakt en wat algemeen heden besproken. Tenslotte heb je samen allerlei marktonderzoeken gedaan,waardoor je heel goed op elkaar ingespeeld raakt. Een half woord is vaak al genoeg om te begrijpen wat de ander bedoeld. Er is nog een belangrijk punt dat het vermelden waard is: een vormgever die in deze branche werkt moet een functionele vormgever zijn (ook wel industriële vormgever genoemd) dat wil zeggen dat hij oog moet hebben waar bepaalde bedieningsorganen geplaatst kunnen worden en wat er zich mechanisch gezien achter die knoppen bevindt, zodat de maakbaarheid niet in het gedrang komt. Een paar dagen daarna presenteerde hij dan z,n uitgewerkte tekening of tekeningen. Deze tekeningen zijn op ware grote, in kleur en uiteraard twee dimensionaal. ( maar ook wel eens 2.5 dimensionaal (als dat bestaat) met opgeplakte knoppen en andere toeters en bellen). In acht van de tien keren waren zijn voorstellen meteen een schot in de roos. Een enkele keer moesten wat details gewijzigd worden, maar dan was de “rode draad” toch goed. Als ik langer dan twee minuten naar een tekening staarde, zei ie niks,haalde de pinnen uit het prik bord, rolde z,n tekening op en zei ben jij er vrijdag? Een buitengewoon goede ontwerper en een aangenaam mens en absoluut niet eigenwijs, hetgeen je vaak ziet bij vormgevers of ontwerpers! Zodra de tekeningen akkoord bevonden werden, was de volgende gang naar het mechanisch en elektrisch lab om na te gaan of het voorstel zo gemaakt kon worden of dat er toch nog een kleinigheid gewijzigd moest worden of omdat de constructie achter de knoppen wel kon, maar te duur zou worden.

Na akkoord van het lab werd opdracht gegeven een dummy te maken. Gelukkig beschikten we over een uitstekende modelmakerij, die modellen konden maken die niet van echt waren te onderscheiden. De briefing aan de modelmakerij werd door de vormgever gedaan. Uiteraard zorgde ik er voor dat, gedurende al deze processen, mijn commerciële collega zoveel mogelijk op de hoogte werd gehouden of direct betrokken werd bij de gang van zaken, want hij moest tenslotte als marketing man achter de producten kunnen staan. Daarna werd een meeting belegd met de NO’s, alwaar dan meestal meerdere apparaten tegelijk werden gepresenteerd. (dat kon ook, omdat vrijwel altijd een aantal apparaten tegelijk in ontwikkeling waren). Het is een enkele keer voorgekomen dat één of enkele NO’s bezwaren maakten tegen een bepaald voorstel of aanvullende wensen hadden ten aanzien van de specificatie, maar in z’n algemeenheid verliepen die meetingen heel “smooth”, mede dankzij het vakmanschap van het met zorg uitgekozen HiFi team. En dat mag toch ook wel eens een keer gezegd worden. Na deze eerste startfase werd het verdere ontwikkelingstraject van het betreffende apparaat en van andere apparaten in een wekelijkse werkbespreking op de voet gevolgd.

Zolang een apparaat nog niet was aangelopen, stond de dummy in de showrroom. Als er dan managers van bepaalde NO’s op bezoek waren, liet ik hun altijd de nieuwe komende producten zien. Dat lobbyen was erg belangrijk omdat dan later bij de officiële presentatie in elk geval van hun geen tegenstand was te verwachten. Kijk als in een meeting gefundeerde kritiek zou komen op een product, dan is daar niks mis mee, dat is dan alleen maar in je eigen voordeel. Nee, dat lobbyen was bedoeld om politieke weerstand tegen te gaan. Dat zat zo: er waren landen die eigen fabrieken hadden en die waren geïnteresseerd in eigen ontwerpen en eigen productie en dat was in de begin jaren 70 nog mogelijk, gezien de wat doorgeschoten federatieve gedachte (de NO’s waren te autonoom geworden). Later is die Autonomie langzaam tot normale proporties terug gebracht. Verder werden de dummy’s gebruikt voor het maken van foto’s voor de brochures en ander reclame materiaal. Het zal duidelijk zijn dat foto’s nemen van de productie geen optie is, Dan ben je te laat. Alles moet klaar zijn bij de introductie van een apparaat. Dat betekende dus dat die dummy’s er voor de foto’s tiptop uit moesten zien. Veelal waren het geen lege dozen, meestal zat er wel een trafo in voor de verlichting.

Strategiewijziging

Voor ik verder ga met de verdere aspecten die samen hangen met de productontwikkeling, eerst even iets over een belangrijke strategiewijziging in het concern. Na de oorlog, zo begin jaren 50, werd door één van de belangrijkste leden van de toenmalige raad van bestuur voorgesteld de nationale organisaties (NO’s) meer zeggenschap en verantwoordelijkheid te geven, de zogenaamde “Federatieve Gedachte” met als doel dat deze organisaties zich konden ontplooien en uitgroeien. Die visie en gedachte heeft er toe geleid dat het concern een enorme vlucht nam en begin jaren 70 was uitgegroeid tot een personeelsbestand van ruim 400.000 medewerkers, all over the world! Daarnaast was er kort na de oorlog een sterke neiging om alles zelf te maken, gereedschap matrijzen, printplaten, kasten, kortom een oneindigende rij van producten en half producten van boutjes en schroefjes tot aan wc brillen toe !! Ook het totale transport van geproduceerde goederen en het hele wagenpark was in eigen beheer, compleet met eigen garages en brandstof voorziening. Daarnaast een restaurant, dat dagelijks voor 200 gasten een uitstekende warme maaltijd serveerde. Een eigen bouwbedrijf, een medische dienst met eigen doctoren, een bedrijfsschool en interne opleidingen enz. enz. Je kon het zo gek niet noemen of het was er. Hoewel de federatieve gedachte op zich heel juist was en tot grote bloei van het bedrijf heeft geleid was de hele organisatie daaromheen op bepaalde punten toch wat te ver doorgeschoten en daarbij kwam ook nog eens de oliecrisis in 1973 en uiteraard de sterk opkomende concurrentie uit het verre oosten en lage lonen landen. Al deze factoren noopten het management het tot nu toe gevoerde beleid bij te stellen en aan te passen aan de nieuwe ontstane situatie.

Je zult je dan moeten gaan kijken of de totale organisatie nog wel zo efficiënt is en of het niet veel goedkoper is bepaalde zaken en activiteiten af te stoten en uit te besteden en langzaam weer terug te keren naar je eigenlijke kerntaken, waar je goed in bent. Dat vergt een enorme omschakeling, die je niet “overnight” kunt uitvoeren, maar een zorgvuldige getemporiseerde planning vereist. Tenslotte zijn bij dergelijke operaties altijd mensen gemoeid. Maar één ding staat als een paal boven water, Philips heeft altijd bij elke organisatiewijziging van te voren een sociaal plan opgemaakt en daarvoor grote sommen geld uitgetrokken. Daar kan elk bedrijf een voorbeeld aan nemen.

Terug naar de product ontwikkeling

Uitvoeringen

In het voorgaande hebben we kunnen zien hoe complex en wijd vertakt de totale organisatie in elkaar heeft gezeten. Natuurlijk niet helemaal vergelijkbaar, maar ook een programmastructuur met al z,n uitvoeringen en daarbij ook nog eens de 2de en 3de merken, zat behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Om te beginnen , de meeste landen hadden verschillende en afwijkende eisen op het gebied van veiligheid . Als voorbeeld: wij in Nederland moesten voldoen aan Kema , maar Engeland had de Brema ,US had UL, de Scandinavische landen hadden Semco, Nemco, Demco en Femco voor resp. Zweden, Noorwegen, Denemarken, en Finland enz.. Met andere woorden elk land had z,n eigen streepnummer. Voor de Benelux landen was dat /00, Engeland /15, Duitsland /22, Zwitserland /16, Frankrijk29, Zweden /19, Noorwegen /32, en USA /44 enz. Voor speciale uitvoeringen had je ook nog dat het basis nr met 50 verhoogd werd ,dus /50 voor Benelux , Engeland /65, Frankrijk /79 enz. Al die landen hadden dus hun eigen keuringsinstanties en die jongens konden knap lastig zijn. Voldeed je niet aan hun eisen kwam je gewoon het land niet in met je producten.

In latere jaren is er, althans in Europa, toch een soort standaardisatie gekomen waardoor de zaken eenvoudiger werden. En de Scandinavische landen gingen akkoord als de apparaten aan Semco voldeden. Alleen UL voor de USA bleef een buiten beentje en die was ook nog eens behoorlijk streng!

Los van de verschillende veiligheidseisen kwam daar nog bij de individuele wensen van de NO’s. Frankrijk en Engeland wilden perse lange golf, terwijl andere landen bijvoorbeeld liever een gesplitste korte golf band wilden hebben. Natuurlijk was het onze taak om die (soms idiote) specificatie wensen in te dammen. Verder waren de AM. middenfrequenties niet voor alle landen gelijk. Benelux, Frankrijk en Italië had 452 Khz, de Duits sprekende landen 460 Khz en Engeland 470 Khz. Dat betekende dus omtrimmen van MF spoelen en niet te vergeten het zuigfilter in de antenne kring. Die verschillen in de middenfrequentie had te maken met het feit dat er in Europa geen eenheid bestond voor het zender vrij houden van één en dezelfde frequentie. Kortom al die verschillende eisen op veiligheidsgebied en wensen wat betreft specificatie en afwijkende midden frequenties leiden tot een zee van uitvoeringen. Natuurlijk werd vanuit de product groep getracht zoveel mogelijk combinaties te maken om uitvoeringen te sparen, maar dat lukte maar gedeeltelijk.

Verder stond er achter elk streep nummer nog een letter, bv. /00r , /00z , /00p, resp. R voor zwart , Z voor noten en P voor palissander en er waren er nog meer, zilver, wit en andere houtsoorten. Op het type plaatje of soms op een apart plaatje is nog een belangrijke fabrieksinformatie te vinden, namelijk het PL nr. hetgeen betekent Philips Leuven en het aantal wijzigingen , dus bv. PL02. Dit is geen extra uitvoering, maar alleen een aanwijzing dat het apparaat gewijzigd is. Als het goed is wordt die wijziging later aan de doc. toegevoegd.

Nu we toch bezig zijn met type nrs , Volledigheidshalve : 22AH 587, daarin is 22 de Hoofd Industriegroep Audio, AH is Audio Hifi, 5 is actieve boxen, 8 is het jaartal van marketing, 7 is het prijs/specificatie niveau. Vóór AH hadden we RH, maar op een gegeven moment was dat blok vol, later liep ook het blok AH vol.

Series

Elk te ontwikkelen apparaat werd opgezet en gecalculeerd op basis van een serie van minimaal 100.000 stuks. Alleen als een apparaat gekoppeld was aan een ander apparaat met het zelfde chassis werd een andere calculatiemethode toegepast. En uiteraard waren er speciale apparaten voor specifieke klanten waar je van tevoren wist dat je die serie nooit zou kunnen halen, alleen dan werd van deze stelregel afgeweken. Een goed voorbeeld is hier de MFB 545, die speciaal gemaakt werd voor studio gebruik en daarnaast voor een beperkte groep Hifi liefhebbers. De 545 werd opgezet met een serie van 5000 stuks, maar dat betekende natuurlijk wel dat de ontwikkelingskosten ook drukten op die kleine serie. In dit geval was dat geen probleem.

Voor ik verder ga eerst iets over de ontwikkeling van apparaten in het algemeen. Het ligt voor de hand dat men denkt dat bij de ontwikkeling van een nieuw apparaat, dat alles nieuw is , maar dat is in z’n algemeenheid niet zo. Bij de ontwikkeling van een nieuw apparaat wordt uit gegaan van BESTAANDE technieken en schakelingen, alleen mechanisch kan er nog wel eens een nieuwe constructie uit rollen. Neen, nieuwe schakelingen en circuits komen van de vóór ontwikkeling of Nat lab of ontstaan uit de samen werking tussen die twee. Het Nat Lab kent in feite twee richtingen qua ontwikkeling a) gericht onderzoek dat voort komt uit het regelmatige overleg met de betreffende product manager en b) algemene research die vele jaren kan duren en die niet altijd direct tot een product hoeft te leiden.

Planning en Logistiek

Bij de product ontwikkeling hebben we in feite te maken met 3 soorten hoofd planningen, allereerst natuurlijk de ontwikkelingsplanning zelf. Afhankelijk van het soort apparaat duurt een ontwikkeling van eerste tekening tot aanloop op de band gemiddeld 1 jaar. Elk apparaat wordt van week tot week uitgepland en daar moet strikt de hand aan worden gehouden omdat er verschillende groepen parallel aan werken en alles in elkaar grijpt. De tweede hoofd planning is de fabrieksplanning, zoals band indeling, personeel bezetting en niet te vergeten de onderdelenvoorziening (bestelling en tijdige toelevering) en aanpassing van specifiek band gereedschap en meetapparatuur.. Nu hebben we het over de planning van één apparaat , maar meestal liepen er 5 of 6 of meer banden tegelijk voor verschillende de apparaten. Dat vereist een degelijke en strakke planning. Tenslotte hebben we nog de centrale planning in Eindhoven die in overleg met de fabriek de aanlopen per type en streep nr. (ook andere merken) qua aanlooptijd en aantallen regelt en na productie, de uitlevering vanuit het centraal magazijn naar de verschillende landen en werelddelen verzorgt. Dit laatste natuurlijk ook weer in nauw overleg met de verschillende landen, zodat er geen gaten vallen in de voorraad situatie van die landen. Qua planning en logistiek is de hele operatie behoorlijk complex en kan alleen maar vlot verlopen met planners met de nodige ervaring en vakkennis.

SERVICEABILITY en RELYABILITY

Tijdens de ontwikkeling bekijkt de afdeling Centrale Service (C.S.) hoe het gesteld is met de toegankelijkheid van het apparaat en of alle onderdelen binnen redelijke grenzen op een gemakkelijke manier zijn te vervangen. De afdeling Central Quality Control (C.Q.D.) bekijkt op haar beurt de veiligheid in verband met brandgevaar en elektrisch schokgevaar (denk even aan kettinkjes of kindervingertjes die door ventilatiesleuven spanning voerende delen kunnen raken)

Matrijzen

Bij de aanvang van de ontwikkeling van een nieuw apparaat, is het van belang dat alle onderdelen waarmee matrijzen gemoeid zijn, zo snel mogelijk op tekeningen gezet worden en besteld worden, aangezien het matrijzen traject meestal de nodige tijd vergt.

Proefseries

Van elk apparaat dat moet aanlopen, wordt van te voren, op een apart bandje, een kleine proef serie gemaakt van gemiddeld 25 à 30 stuks. Deze apparaten worden gebruikt voor valproeven , klimaat proeven (tropen kast), finalcheck door C.Q.D.en in bepaalde gevallen duurproeven.

Vlinders

Misschien wel leuk om te vermelden dat de fabriek werkt met “vlinders”. Vlinders zijn meisjes die op elke plaats van de band , de werkzaamheden van een uitvaller(bv. door ziekte) kan overnemen. Dat zijn ware duizendpoten.

 

 

Synchronisatie vormgeving

HiFi apparaten, Bandrecorders/Cassette apparaten en Afspeel apparatuur , waren aanvankelijk ondergebracht bij drie verschillende groepen met verschillende productmanagers en last but not least ook verschillende vormgevers. Maar zaten ook nog eens op verschillende locaties resp. Eindhoven Hasselt en Wenen. Organisatorisch vielen die vormgevers wel onder de centrale vormgeving (C.D.I.C.) maar in de praktijk was er toch onvoldoende afstemming over de vormgeving van de wederzijdse producten. Als je die situatie onderkent, lijkt het zo gemakkelijk om zo’n belangrijke zaak op te lossen, maar de praktijk is in zulke gevallen weerbarstig en laat zich organisatorisch niet een, twee, drie, naar je hand zetten. Dit zijn de nadelen van een grote organisatie met lange lijnen. Dit heeft tijd gekost.

General Advertising Department

Afgekort G.A.D. Deze afdeling werkte voor heel Audio en is vooral voor de HiFi club en wel speciaal voor mij persoonlijk van onschatbare waarde geweest. G.A.D. zorgde voor alle promotiemateriaal , folders brochures, foto’s, dia’s,gebruiksaanwijzingen enz, enz , maar verzorgde ook de contacten met ons eigen persbureau en met de schrijvende pers in het algemeen, zoals vaktijdschriften en dagbladen. Door de jaren heen heb ik steeds bij alle productpresentaties zowel intern als voor de NO’s en de vele persconferenties en shows (vooral bij de introductie van MFB) grote steun en medewerking gehad van de G.A.D. medewerkers en speciaal van Jan de Kanter. ( ik noem nooit namen, maar in dit geval maak ik een uitzondering). Over die pers voorlichting valt nog heel veel te vertellen, maar dat hoort eigenlijk thuis in de serie “Van schellendraad tot MFB” waar ik t.z.t. nog wel een vervolg op zal schrijven en waarin Jan uitgebreid in voorkomt! Zonder hem had ik de dingen die ik voor ogen had niet kunnen realiseren.

Algemeen

In de 4 afleveringen heb ik getracht een kijkje te geven wat er allemaal speelt bij de ontwikkeling van een product als hifi en hoe gecompliceerd zo’n organisatie in elkaar zit. waarbij ik me realiseer dat ik de akoestiek, nota bene mijn lievelingsvak, wat onderbelicht heb gelaten. Dat stuk komt echter op het forum wel aan z,n trekken, dacht ik zo. Er zijn zeker nog wel andere punten die niet of nauwelijks aan de orde zijn geweest, maar het gaat om de grote lijn om toch een totaal indruk te geven van dit onderwerp dat ons zo na aan het hart ligt. Tot zover dan. Groeten Piet.