De ELA en RGT groepen

Na de tweede wereldoorlog werden de activiteiten van Philips onderverdeeld in zogenaamde Hoofdindustriegroepen (HIG-en). Deze groepen hadden het beheer over de ontwikkeling, productie en marketing van hun specifieke produktgroep. Op deze manier werd het management gedecentraliseerd en kon het bedrijf zich gemakkelijk breder op de markt bewegen. Naast natuurlijk de HIG “Licht” (in 1988 omgedoopt tot Philips Lighting) werden in 1946 ook de HIG-en ELA (Elektro-akoestiek) en Apparaten opgericht. De ELA groep hield zich bezig met de ontwikkeling van microfoons, PA-versterkers, bandrecorders, mengpanelen en ook bioscoopprojectoren. Voor de laatstgenoemde was een aparte groep binnen de ELA opgericht met de toepasselijke naam “Cinema”. Eind jaren ’40, begin jaren ’50 was de Cinemagroep zeer actief, niet alleen in Nederland maar ook in Indonesië. Niemand minder dan Piet Gouw was daar destijds werkzaam als servicetechnicus en heeft heel wat bioscopen en theaters met Philips apparatuur ingericht. Het grootste theater van Zuid-Oost Azië stond in Jakarta en telde maar liefst zeven (!) Philips projectoren. De opkomst van geluidsfilm bood veel perspectief op dit gebied en vrijwel elke bioscoop in Nederland was in de jaren ’50 en ’60 voorzien van Philips apparatuur. De HIG Apparaten, waar overigens al sinds het begin de luidsprekers werden ontwikkeld voor Philips radiotoestellen, werd in 1958 opgedeeld in de HIG RGT (Radio, Grammofoon, Televisie) en de HIG Huishoudelijke apparaten. Daaruit blijkt al het belang van een specifieke audiovisuele HIG!

De ELA groep

De apparaten die door de Elektro-Akoestische groep zijn ontwikkeld en geproduceerd dragen vrijwel zonder uitzondering een typenummer dat begint met EL… . Hieronder zijn enkele voorbeelden afgebeeld van toestellen die door de ELA groep op de markt zijn gebracht:

 

Microfoon EL6030. Deze microfoon dateert uit 1950 en is bijna 10 jaar in productie geweest. De behuizing is zeer degelijk uitgevoerd en de klank is typisch jaren ’50 – met veel midlaag. Juist vanwege die karakteristiek is deze microfoon tegenwoordig nog steeds erg populair bij blues-muzikanten. Forumlid Laurens heeft een EL6030 en heeft daarmee dit geluidsfragment opgenomen. Op deze interessante website vind je veel informatie over oude Philips microfoons en zul je zien dat ook hedendaagse beroemdheden deze stukjes ouderwetse degelijkheid nog op waarde weten te schatten!  

 

 

Versterker EL6415. Deze PA versterker dateert uit 1959 en maakt deel uit van een serie van 3 modellen, namelijk de EL6405 met een vermogen van 20 Watt, de EL6415 met een vermogen van 35 Watt en de EL6425 met een vermogen van 70 Watt. Deze versterkers waren bedoeld voor PA omroepinstallaties (Public Adress) en hadden een 100 volt uitgang. Met behulp van deze techniek, die overigens nog steeds wordt toegepast, kan een groot aantal luidsprekers met lange kabelafstanden relatief verliesvrij worden aangesloten. Tegenwoordig kom je deze versterkers nog redelijk vaak tegen doordat ze in de loop der jaren in scholen, instanties en bedrijven zijn vervangen door modernere varianten. De klank is niet heel bijzonder (frequentiebereik van de EL6415 is 50 tot 15.000 Hz bij 2% vervorming) maar deze versterkers zijn bijzonder degelijk en vrijwel onverwoestbaar.

 

EL3501 studiorecorder. Deze zware professionele machine stamt uit 1952 en werd optioneel in de afgebeelde console geleverd. Philips heeft nooit de standaard kunnen zetten als recorderfabrikant in de opnamestudio’s; die positie was weggelegd voor de Revoxen, Tascams en Telefunkens. Desalniettemin waren de Philips machines zeer solide en servicevriendelijk opgebouwd en was de geluidskwaliteit beslist concurrerend met de marktleiders. De machines waren zeer hoogwaardig en servicevriendelijk ontworpen. Tevens was een foutzoeksysteem met druktoetsen voorzien, waarmee bepaalde meetwaarden konden worden opgeroepen die een storing hielpen localiseren.  

 

Cassetterecorder EL3300. Ook de compact cassette was een vinding van de ELA groep. Omstreeks 1963 bracht men een kleine, kunststof behuizing op de markt waarin twee kleine geluidsbandenspoeltjes waren ondergebracht. Deze cassette was volledig afgesloten op de onderkant na, waardoor de inhoud stofvrij bewaard bleef. De bandsnelheid bedraagt 4,75 cm/s, de helft van de meest gangbare snelheid voor spoelenrecorders. De eerste cassettes en hun recorders waren beslist geen hifi; de frequentie liep vaak hooguit tot 10.000 of 12.000 Hz. Bovendien waren ze nog mono. Later zou het systeem echter steeds verbeterd worden en mede door de opkomst van voorbespeelde musicassettes bleek het een ideaal massamedium en een waardige opvolger voor de (consumenten)bandrecorder.  

 

Ook voor de consumentenmarkt heeft de ELA groep een groot assortiment bandrecorders ontwikkeld en geproduceerd. Deze recorders hadden typenummers die begonnen met EL35.. . Een uitgebreide collectie van deze recorders is te bewonderen op http://www.bandrecorder.be, de website van Frits Bolsenbroek. In 1968 zijn de laatste ELA recorders van de band gelopen; hierna werd het recorderassortiment onder gebracht bij de RGT groep. Daar werden sommige ELA recorders nog eens gerecycled; de EL3572 werd een jaar later als de N4302 in de folder gezet. Vrijwel alle band- en cassetterecorders van Philips zijn geproduceerd in Wenen, Oostenrijk. Reeds in 1936 kocht Philips daar de “Radio Horny” fabriek, die vanaf dat moment WIRAG ging heten (Wiener Radiowerk AG) Dit fabrieksgebouw was oorspronkelijk in 1916 gebouwd door Carl Zeiss om er zijn optische instrumenten te bouwen. De WIRAG fabriek produceerde in eerste instantie radiobuizen en ging later ook bandrecorders, cassetterecorders en ook videorecorders en radiorecorders maken. Uit Wenen komt overigens ook de merknaam “Hornyphon” die we, net als Aristona, Dux en Erres wel eens op alternatief vormgegeven Philips apparatuur tegen komen. De Oostenrijkers waren meesters in het bouwen van degelijke mechanieken en Philips heeft de productie van recorders in deze fabriek lang volgehouden. In 1985 is Philips gestopt met de productie in Wenen.

De RGT groep

In 1958 vond er een afsplitsing plaats waarbij uit de HIG Apparaten een nieuwe HIG ontstond; de HIG RGT (Radio, Grammofoon en Televisie). Deze HIG richtte zich specifiek op audio- en videoapparatuur voor de consumentenmarkt. Tot 1973 werd deze indeling gehandhaafd; daarna werd de RGT-groep opgesplitst in een HIG Audio en een HIG video. Naast televisietoestellen en grammofoons hield de RGT zich bezig met radiotoestellen. Vergeleken met nu stelde dat toen relatief weinig voor; het betrof veelal tafelradio’s en later de bekende “plano’s”; brede, lage radiotoestellen waarbij de luidsprekers aan de beide zijkanten van het toestel werden gemonteerd. In de loop der jaren heeft de RGT groep diverse baanbrekende concepten in hun plano’s weten te integreren; zo kwam er Bi-Ampli, een systeem waarbij de hoge en lage tonen door aparte luidsprekers werden weergegeven waardoor intermodulatievervorming werd geminimaliseerd en Reverbeo, waarbij een galmveer het geluid een ruimtelijke klank gaf. Verder bleek de OTL (Output Transformer Less) eindtrap een revolutionaire ontwikkeling in de wereld van de buizenversterkers; niet alleen konden productiekosten worden bespaard door het weglaten van uitgangstranformatoren; ook de geluidskwaliteit nam enorm toe omdat het audiosignaal rechtstreeks vanuit de eindbuis naar de luidspreker kon worden gestuurd. Speciaal hiervoor werd een hypermoderne eindbuis ontwikkeld; de EL86. Ook waren er radiotoestellen die op de bovenkant een grammofoon hadden; in feite waren dat de eerste stereotorens! Al stond de stereofonie toen nog in de kinderschoenen. Hieronder zijn enkele toestellen afgebeeld die door de RGT groep zijn ontwikkeld en geproduceerd:

 

Kleurentelevisie 21KX100. Een van de eerste kleurentoestellen van Philips kwam in Canada in 1962 voor het eerst op de markt; in Nederland zou het toestel pas twee jaar later verschijnen. In 1964 startte Philips in Eindhoven met proefuitzendingen; drie jaar lang zou dit de enige stad in Europa zijn met kleurentelevisie! De 21KX100 is gebouwd op basis van het K4 chassis en verbruikt maar liefst 380 Watt. De kast is in twee losse delen opgebouwd die voor vervoer van elkaar gescheiden kunnen worden. Ondanks dat in 1964 de printplaten oftewel gedrukte bedrading al werden toegepast, is dit toestel nog volledig hard-wired. Een verouderde methode die echter wel een ongekende betrouwbaarheid heeft; slechte contacten komen bij dit toestel niet voor! De beeldbuis van de 21KX100 is volledig rond en heeft een 70 graden afbuiging. Voor de beeldbuis is in de televisie-kast veiligheidsglas gemonteerd.

 

Grammofoon AG2113. Deze elektrogrammofoon is gebouwd in 1954 en was een van de vele charmante uitvoeringen die Philips destijds op de markt bracht. De grammofoon heeft drie snelheden (33/45/78) en wordt aangedreven met behulp van een tussenwiel. Een luidspreker is ingebouwd in het deksel van de grammofoon. Standaard werd deze grammofoon geleverd met het kristalelement AG3010. Het bijzondere aan dit element was, dat er twee saffiernaalden in gemonteerd waren; een rode (25 micron) en een groene (75 micron). Al naar gelang van het type plaat dat men afspeelde, werd de juiste naald geselecteerd door het gehele element in de houder iets te kantelen. Tegenwoordig zal het moeilijk zijn om een werkend AG3010 element te vinden; het kristal van het element is na ongeveer 5 jaar volledig opgelost in de omhullende gel in het element.

 

Diverse plano radio’s uit de jaren 1950 en 1960. Onderaan op de eerste en tweede plank, tweede van links in beide gevallen zijn twee Reverbeo modellen te zien. Niet alleen is hier een inschakelbare galmveer ingebouwd die het geluid een extra ruimtelijk effect geeft; tevens zijn de twee luidsprekers aan de zijkanten onder 45 graden naar voren geplaatst om een betere verspreiding van het geluid te verkrijgen. Geheel links op de tweede rij van onderaf staat een B6X94a; één van de eerste stereo radio ontvangers uit 1963. Dit toestel is volledig Bi-Ampli met twee aparte OTL versterkers en gescheiden luidsprekers voor de lage en de hoge tonen. Tevens is een stereo grammofoonvoorversterker ingebouwd zodat stereoweergave mogelijk is van een aangesloten grammofoon.  

 

In 1973 werd de HIG RGT opgesplitst in de HIG Audio en de HIG Video. De laatstgenoemde HIG hield zich uitsluitend nog bezig met televisietoestellen en de in opmars zijnde videorecorders. Hier werden onder andere de VCR machines N1500, N1700 en overige familieleden ontwikkeld, waarover elders op de site meer te lezen valt. De HIG Audio specialiseerde zich wederom verder en ging zich richten op de op dat moment zo belangrijke High Fidelity, kortweg Hifi genoemd. En op dat punt komt MFBfreaks.com om de hoek kijken! In 1985 werden de HIG Audio en de HIG video opgeheven en gingen de activiteiten op in Philips Consumer Electronics. En toen was het helaas uit met de pret…